Wat zegt een onderbroek over de gezondheid van de bodem? Meer dan je misschien denkt. De Nederlands-Zwitserse wetenschapper Marcel van der Heijden en zijn collega’s ontvingen dit jaar een Ig Nobelprijs voor een bijzonder citizen-scienceproject waarbij inwoners en boeren katoenen onderbroeken begroeven om het bodemleven te onderzoeken.
De Ig Nobelprijzen worden jaarlijks uitgereikt aan onderzoek dat mensen eerst laat lachen en daarna aan het denken zet. Dat geldt zeker voor het project Beweisstück Unterhose. Zo’n duizend inwoners en boeren verspreid over Zwitserland deden mee aan het onderzoek. Zij begroeven samen meer dan 2.000 katoenen onderbroeken en 12.000 theezakjes op ongeveer 1.000 verschillende locaties.
Wat een onderbroek vertelt over de bodem
De deelnemers begroeven twee katoenen onderbroeken volgens een vast onderzoeksprotocol. Na één en twee maanden werden ze weer opgegraven. Het idee: hoe actiever het bodemleven, hoe sneller de katoenvezels worden afgebroken.
De verschillen bleken groot. In particuliere tuinen verteerden de onderbroeken het snelst, terwijl de afbraak in gazons juist langzamer verliep. Akkerlanden en graslanden zaten daar tussenin. De onderzoekers ontwikkelden op basis hiervan een ‘Underpants Index’: een eenvoudige en aansprekende manier om biologische activiteit in de bodem zichtbaar te maken.
De deelnemers stuurden bovendien bodemmonsters mee. Die werden in het laboratorium onderzocht op onder meer voedingsstoffen, zuurgraad en organische koolstof. Daardoor ontstond een veel completer beeld van de bodem. Een snelle afbraak betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat alles goed gaat: in sommige tuinen bleken hoge concentraties stikstof en fosfaat aanwezig te zijn.
De kracht van burgerwetenschap
Het onderzoek laat tegelijkertijd zien wat citizen science, oftewel burgerwetenschap, kan betekenen. Door inwoners actief onderdeel te maken van wetenschappelijk onderzoek konden op grote schaal gegevens worden verzameld. Metingen op ongeveer 1.000 locaties verspreid over heel Zwitserland zouden voor een onderzoeksteam alleen veel moeilijker te realiseren zijn geweest.
Maar burgerwetenschap gaat om meer dan het verzamelen van veel data. Deelnemers onderzoeken hun eigen leefomgeving, zien met eigen ogen wat er gebeurt en krijgen meer inzicht in onderwerpen die soms behoorlijk abstract kunnen zijn. In dit geval werd iets wat normaal grotendeels onzichtbaar blijft – het leven onder onze voeten – letterlijk zichtbaar door te kijken wat er van een onderbroek overbleef.
Dat was ook een belangrijk doel van de onderzoekers. Bodems spelen een cruciale rol bij onder andere voedselproductie, biodiversiteit, waterberging en de opslag van koolstof, maar wat er in die bodem gebeurt krijgt relatief weinig aandacht. Met een eenvoudig en opvallend experiment wist het project veel mensen daarbij te betrekken.
Samen meten in Utrecht
Ook bij Samen Meten Utrecht zien we de waarde van deze manier van onderzoek doen. Binnen verschillende projecten meten inwoners zelf aan hun leefomgeving en werken zij samen met onderzoekers, overheden en andere organisaties. Zo verzamelen we gegevens én brengen we lokale kennis en ervaringen in beeld.
Het bekroonde onderbroekenonderzoek laat op een verrassende manier zien waar citizen science sterk in is: wetenschap dichter bij mensen brengen én dankzij de inzet van inwoners kennis verzamelen op een schaal die anders moeilijk haalbaar is.
Of het nu gaat om het bodemleven in Zwitserland of metingen aan de leefomgeving in Utrecht: door samen te meten, komen we meer te weten over onze omgeving.



