Samen Meten met … Paula Bronsveld (TNO)
21 januari 2026
  1. Nieuws
  2. Samen Meten met … Paula Bronsveld (TNO)

Samen Meten met … Paula Bronsveld (TNO)

Hoe meet je iets dat je vooral ruikt, maar zelden ziet? En hoe maak je zo’n meting bruikbaar voor bewoners én gemeenten? Met deze vragen houdt Paula Bronsveld, senior onderzoeker bij TNO, zich bezig binnen het project Samen Houtstook Meten.

In dit project meten inwoners samen met gemeenten, onderzoekers en partners de impact van houtstook op de luchtkwaliteit in de provincie Utrecht. Met die data wil TNO inzicht krijgen in patronen van houtrook en wat deze betekenen voor leefomgeving en beleid.

Egon Kastelijn die vrolijk lacht en een meetkastje ophangt

Van sterrenkunde naar houtrook

Paula’s weg naar houtrookonderzoek was niet vanzelfsprekend. Opgeleid als sterrenkundige, werkte jarenlang aan experimenteel natuurkundig onderzoek. Zo’n vijf jaar geleden verschoof haar focus naar klimaat en luchtkwaliteit. Inmiddels werkt ze bij TNO aan meetmethoden voor lastig te meten bronnen, zoals houtrook en emissies uit stallen.

De rode draad in haar werk is hetzelfde gebleven: het onzichtbare meetbaar maken en patronen herkennen in data. Niet direct bij de bron, maar op afstand.

 

Waarom houtrook lastig te meten is

Houtrookoverlast is voor veel gemeenten en inwoners een bekend probleem, maar moeilijk aan te pakken. Overlast is vaak lokaal en tijdelijk, en objectieve meetdata ontbreekt. Bovendien duren analyses van traditionele meetmethoden lang. Paula: “Op zijn vroegst weet je na anderhalve maand zeker[1] of er op een specifieke dag houtrook in de lucht is geweest.” Daarnaast ontbreekt een specifieke norm die aangeeft wanneer er “te veel” gestookt wordt. Dit maakt het ontwikkelen van uitvoerbaar beleid ingewikkeld.

 

Roet als alternatief: sneller en fijner meten

Binnen TNO werd daarom gezocht naar alternatieven. In eerdere meetcampagnes bleek dat roet, boven een bepaalde drempelwaarde, een betrouwbare indicator kan zijn voor houtrook. Roet is bovendien snel te meten en te analyseren en daardoor geschikt voor gebruik met sensoren in woonwijken.

Op basis van deze informatie ontwikkelde TNO een nieuwe houtrookmeetmethode, die recent is gepubliceerd en nu wordt toegepast in het project Samen Houtstook Meten in de provincie Utrecht. 

Meten op wijkniveau

Een belangrijk uitgangspunt van de methode is dat er niet bij individuele woningen wordt gemeten, maar op wijkniveau. Door metingen op wijkniveau te combineren, ontstaat inzicht in patronen: waar en wanneer komt houtrook vaker voor? Dat biedt gemeenten handvatten om het gesprek aan te gaan en beleid te ontwikkelen, zonder individuele bewoners aan te wijzen.

Buiten wordt een luchtsensor geïnstalleerd op KNMI terrein

Meetkar TNO in Zeist @Provincie Utrecht

Citizen Science is onmisbaar

In Samen Houtstook Meten is de inzet van inwoners essentieel. Dankzij deelnemers kan er worden gemeten op plekken waar dat normaal niet mogelijk is, bijvoorbeeld in tuinen. Bovendien zorgt deze citizen science-aanpak voor meer meetpunten en daarmee een gedetailleerder beeld van de leefomgeving.

Deelnemers dragen ook bij door hun omgeving goed te kennen. Ze signaleren storingen, geven context bij bijzondere gebeurtenissen en helpen zo bij de interpretatie van de data.
“Zelf hadden we dit niet kunnen behappen. Het is een enorme hulp dat iemand op zijn eigen sensor let of die het blijft doen en aan de bel trekt als er iets mis is of als er bijvoorbeeld een brand in de buurt is, wat de data beïnvloedt.” aldus Paula.

 

Uitdagingen en zorgvuldigheid

Citizen science kent ook uitdagingen. Een veelgenoemde zorg is de betrouwbaarheid van sensordata. Sommige sensoren meten structureel te hoog. TNO werkt daarom aan methoden om data beter te kalibreren, bijvoorbeeld door achtergrondconcentraties te gebruiken.

Daarnaast is zorgvuldigheid belangrijk in hoe data wordt gebruikt. Metingen mogen niet leiden tot het aanwijzen van individuele bewoners of het creëren van onveilige situaties. Paula: “We willen niet dat mensen in de problemen komen doordat ze meehelpen met meten.” Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol door citizen science-data verantwoord en op gebiedsniveau toe te passen.

 

Wat gemeenten met de resultaten kunnen

Voor gemeenten biedt Samen Houtstook Meten vooral inzicht. Niet in wie er precies stookt, maar in wat er speelt in een wijk. Die kennis kan helpen bij beleidsontwikkeling, communicatie en het gesprek met inwoners over houtstook en luchtkwaliteit.

Samen Houtstook Meten laat zien dat citizen science meer is dan meten alleen. Het is een gezamenlijk leerproces. Over data, vertrouwen en hoe je samen werkt aan een gezondere leefomgeving.

[1] Aan de hand van de officiele tracer levoglucosan, er zijn wel andere indicatoren (zoals het ‘houtroet’ dat in het LML wordt gemeten) die sneller zijn, maar deze zijn minder zeker.

Nog niet uitgelezen? Lees het rapport van TNO: “Roet in de lucht blijkt goede indicator voor houtrook” of bekijk de video: houtstook meten op wijkniveau

 

Volgende keer...

De komende tijd delen we meer verhalen van mensen achter de meetprojecten. Volgende keer: Harmen Zijp over appontwikkeling, datavisualisatie en het belang van dataveiligheid

Ander nieuws